| | Nu zal de eerste de beste Amerikaanse toerist die door Front Street (de toeristische winkelstraat van Philipsburg) loopt wel eens een andere indruk kunnen krijgen. Want de opdringerige wijze waarop men de toeristen benadert om toch vooral sieraden te komen kopen, of een keus te maken op één van de talloze Vier-Tshirts-voor-10-dollar-stands, komt niet bepaald vriendelijk over. Eerder narrig, pusherig, hardnekkig - en dus irritant. Maar dat getouwtrek zullen we maar toeschrijven aan de duidelijk minder draaiende economie sinds de hurricanes er de afgelopen jaren grondig hebben huisgehouden. Heb je echter buiten Front Street contact met de Sint Maartenaren, dan begrijp je waar de bijnaam van het eiland vandaan komt. Behulpzaam, vriendelijk, vrolijk lachend. En, laten we wel wezen, ze hebben natuurlijk ook veel redenen om te lachen. Als ik hier in mijn eigen huis naar buiten kijk zie ik meestal een grijze wolkenlucht, en daaronder de vol files staande snelwegen. Kijk je op Sint Maarten naar buiten, dan schijnt altijd de zon en je ziet aan alle kanten prachtige natuur. Dan heb je reden om te lachen, nietwaar? Niet per se waar. De samenleving daar is complex, een grabbelton vol culturen. Heel rijk woont naast straatarm. Buitenhuizen van miljoenen (US dollars) liggen aan wegen die door geldgebrek zo slecht onderhouden zijn dat er gaten inzitten waar het wiel van je auto in verdwijnt als je er niet slalommend tussendoor rijdt. De rijksten hebben de weg naar hun huizen dan ook maar op eigen kosten laten asfalteren. De rest blijft hobbelend zijn weg zoeken. Maar blijft lachen! Want dat maakt de mensen daar uniek: ondanks de economisch echt niet zo rooskleurige vooruitzichten heeft men een levensstijl ontwikkeld waarbij een brede glimlach veel ellende weglacht. Weinig geld, geen echte keuken? Maakt niet uit... van een paar stenen maak je een barbeque, je vrolijkt de hele (wijde) omgeving op met aanstekelijke caribische muziek, en samen met vrienden, rum en Heineken bouw je een feestje. Een reden is wel te bedenken... |